Lewin Advocatenkantoor te Uitgeest

Nieuwsbrief januari 2016 – WWZ

WWZ: een hobbelige weg met kuilen

Afgelopen week kopte het Financieel Dagblad: WWZ een flop. Is het een flop of een kwestie van wennen?

Voor bedrijfseconomische ontslagen is de ontslagpraktijk niet wezenlijk veranderd. Ontslag kan nog steeds op dezelfde gronden (economisch / technologisch / organisatorisch) worden gerealiseerd. Voor kleinere ondernemingen is ontslag wel duurder geworden, omdat nu aan alle ontslagen werknemers een vergoeding moet worden betaald. Voorheen was dat een uitzondering. Voor grotere bedrijven zijn de gevolgen veel minder groot, omdat zij gewend waren te werken met Sociale Plannen.

Voor persoonsgebonden ontslagen is de situatie wel veranderd. Het oude individuele ontslagrecht was vaak duur, maar wel effectief. Nu worden werkgevers en werknemers regelmatig geconfronteerd met de situatie dat ze bereid zijn afscheid te nemen van elkaar, maar dat dit toch niet lukt.

Wij merken dat het lastiger is om overeenstemming te bereiken over het prijskaartje behorend bij ontslag dan voorheen. De werkgever denkt dat hij kan volstaan met het aanbieden van een bedrag gelijk aan de Transitievergoeding (grofweg 1/3 keer het bruto maandinkomen per gewerkt jaar) en het uitbetalen van de opzegtermijn, maar de werknemer geeft niet zomaar zijn baan op. Door ontslag daalt het inkomen tot WW-niveau. De terugval is eerst 25% en na twee maanden van werkloosheid 30% (of meer). Het verschil is groter voor werknemers die € 4.000 bruto of meer per maand verdienen, omdat de WW-uitkering is gemaximeerd. Alleen Transitievergoeding en doorbetaling tijdens de opzegtermijn is niet genoeg om de werknemer te overtuigen mee te werken aan een beëindigingsovereenkomst, tenzij de werknemer een goede kans heeft om snel weer ergens anders aan het werk te gaan.

Als partijen het niet eens worden over een beëindigingsovereenkomst resteert alleen de weg via de rechter. De weg naar de rechter is echter geen zekere weg meer naar ontslag. Zonder zorgvuldig opgebouwd dossier is er geen voldragen ontslaggrond. De rechter kan de gevraagde ontbinding dan niet uitspreken.

Maar zelfs als er wel een redelijke ontslaggrond is, kan de rechter de ontbinding nog steeds afwijzen. Een werkgever die het ontslagverzoek baseerde op een verstoorde verstandhouding en daar zelf het grootste aandeel in had, kreeg geen ontbinding. De rechter verwacht van werkgevers een professionele (niet-emotionele) benadering van conflicten met hun werknemers. In het andere geval kreeg de werknemer een aanzienlijke extra billijke vergoeding (€ 50.000) bovenop de Transitievergoeding toegewezen.

Onze eerste ervaringen zijn dat de WWZ een hobbelige weg met kuilen is. Het is belangrijk rond de kuilen te manoeuvreren om veilig aan de overkant te komen, maar ook anno 2016 is ontslag te realiseren.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief