Lewin Advocatenkantoor te Uitgeest

Nieuwsbrief oktober 2015

Duidelijk

Op 23 oktober 2014 gaven wij een Seminar over het Nieuwe Ontslagrecht. Door de grote toeloop van geïnteresseerden kon het seminar niet hier op kantoor plaatsvinden en moesten wij uitwijken naar een zaal in Vergadercentrum Bob’s in Uitgeest. Nu, alweer een jaar later, begint duidelijk te worden wat de Wet Werk en Zekerheid betekent voor werkgevers en werknemers:

  • De kantonrechtersformule is verleden tijd. Een wens tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst is redelijk of onredelijk. Als de wens redelijk is, zijn de kosten van te voren te berekenen, namelijk doorbetaling van loon tijdens de opzegtermijn en een normale eindafrekening vakantiegeld, vakantiedagen én de Transitievergoeding.
  • De vergoedingen die betaald moeten worden aan werknemers die worden ontslagen vanwege slecht functioneren of een verstoorde verstandhouding zijn aanmerkelijk lager geworden.
  • Voor de ondernemers die moeten bezuinigen is ontslag duurder geworden. Dat geldt zeker als ze afscheid willen nemen van werknemers die ouder dan 50 zijn en langer dan 10 jaar in dienst.
  • Afscheid nemen van langdurig zieke werknemers is ook (veel) duurder geworden.
  • De mogelijkheid om in een bepaalde tijd contract een concurrentiebeding op te nemen is sterk beperkt.
  • Er zijn weinig voorbeelden van werkgevers die te laat aanzeggen. Dat kan 2 dingen betekenen:
    • Alle werkgevers weten dat ze contracten voor bepaalde tijd (die zijn aangegaan voor 6 maanden of langer) tijdig moeten aanzeggen en doen dat ook op tijd
    • Werknemers weten niet dat ze een aanzegboete kunnen claimen en doen dat niet binnen de termijn van 2 maanden die daarvoor in de wet is opgenomen.

 

Deskundig

Op 1 oktober 2015 bepleitten wij een zaak bij de (kort geding) rechter over de precontractuele fase (de periode van onderhandeling die voorafgaat aan het sluiten van een overeenkomst). Was er wel of toch nog geen overeenkomst tot stand gekomen, terwijl partijen al de gevleugelde woorden ‘deal’ hadden uitgesproken en de handen hadden geschud? Mocht de andere partij zich nog terugtrekken zonder schadeplichtig te zijn?

Uitgangspunt is volledige contractsvrijheid. De goede trouw brengt mee dat zij wel rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van de andere partij.

Er worden vier stadia onderscheiden:

  1. De fase waarin partijen nog zonder enige verplichting tegenover elkaar van een overeenkomst kunnen afzien.
  2. De fase waarin de afbrekende partij verplicht is de kosten als gevolg van het afbreken van de onderhandelingen aan de andere partij te vergoeden (wij noemen dat het negatieve belang).
  3. De fase waarin niet alleen het geleden verlies (het negatief belang) maar ook de gederfde winst (het positief belang) vergoed dient te worden.
  4. In de laatste fase is sprake van een volledige overeenkomst omdat over alle hoofdzaken die de overeenkomst typeren overeenstemming is. De ene partij kan dan de andere partij dwingen tot nakoming of volledige schadevergoeding vragen als de ander de afspraken niet nakomt.

Let op, deze leer geldt niet voor beëindigingsovereenkomsten in arbeidsverhoudingen. Deze kunnen alleen schriftelijk worden aangegaan. De ‘handshake’ is dan niet genoeg om te kunnen vertrouwen dat er een afspraak tot stand is gekomen. Bovendien kan de werknemer zich nog binnen 14 dagen bedenken zonder schadeplichtig te zijn.

 

 

Daadkrachtig

Op 8 oktober 2015 stonden wij voor de kort geding rechter om een winkelpand te laten ontruimen. De huurder betaalde al enige tijd de huur niet meer en de verhuurder wilde het pand graag zo snel mogelijk aan een nieuwe huurder aanbieden.

Voor de ontbinding van een huurovereenkomst is een vonnis van de rechter in een bodemprocedure nodig. Deze procedure kan maanden duren, terwijl de huurder juist behoefte heeft aan een snelle oplossing. Het antwoord is om in een kort geding procedure toestemming voor de ontruiming van het pand te vragen. In kort geding wijst de rechter al binnen 14 dagen vonnis.

De kort geding rechter beoordeelt het ontruimingsverzoek aan de hand van de volgende vragen:

  • Is er sprake van een huurachterstand? Een achterstand van 2 á 3 maanden is al voldoende.
  • Heeft de verhuurder belang bij een snelle beslissing? Bij een huurachterstand is doorgaans wel duidelijk dat de verhuurder geen jaar kan wachten op een uitspraak van de rechter in een bodemprocedure.
  • Valt te verwachten dat de rechter in een bodemprocedure het ontbindingsverzoek zal toewijzen? In een bodemprocedure zal rekening worden gehouden met alle omstandigheden. De rechter in kort geding zal een inschatting moeten maken van de uitkomst van die procedure.

Een vonnis dat de ontruiming toestaat, betekent niet automatisch dat de huurovereenkomst is ontbonden. In de praktijk leidt de dreigende ontruiming er vaak toe dat voor of tijdens de zitting alsnog afspraken gemaakt kunnen worden met de huurder. Een afzonderlijke ontbindingsprocedure zal dan niet nodig zijn.

Ook in onze zaak lukte dit: de huurder stemde in met het einde van de huurovereenkomst en trof een regeling voor de huurachterstand. Binnenkort zal hij het pand leeg opleveren.

 

Voor reacties of vragen kunt u contact opnemen via keekstra@advocaatlewin.nl of bel 0251 362 022

 

 

Meld je aan voor onze nieuwsbrief